Het Kletskastje

Er was eens een vrouw, die samen met haar zoon in een krakkemikkig huisje in een achterafstraat van een achterafbuurt woonde. Ze waren berooid en beroerd straatarm, maar de vrouw bezat de gave om van niets een klein beetje te maken en van een klein beetje nog heel wat. Haar zoon bofte maar met zo’n moeder, al zou een zwartkijker zeggen dat een moeder met wat meer geld en wat minder fantasie iets handiger was geweest.

Ze hadden in hun karig ingerichte huisje geen kasten. Hun twee borden, drie messen, vijf vorken en twee oude mokken lagen daarom op een scheve plank in de keuken. Deze plank was nog opgehangen door de vader van de jongen, die naast twee linkerhanden ook een groot gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel had. Wel was hij gezegend met een neus voor avontuur. Op een dag was hij daarom op een passerende trein gesprongen en voor altijd verdwenen.
De vrouw was vervolgens genoodzaakt twee banen te nemen; de één was vrij ellendig en de ander miserabel. Dit viel haar zwaar en de magie die overal om haar heen buitelde en sprong zag ze steeds minder. De gave om van niets een klein beetje te maken en van een klein beetje nog heel wat ontglipte haar.
Ze vond het moeilijk om voldoende aandacht voor haar zoon te hebben. Maar op spaarzame momenten gaf ze hem een aai over zijn bol en noemde hem haar grote schat, want ze hield veel van hem en wilde het liefst dat het hem aan niets ontbrak.

Op een dag kwam de jongen thuis en hoorde zijn moeder praten tegen de gekke buurvrouw die wel eens langskwam om een ongelooflijke hoop te klagen en vreemde geuren af te geven. Hij wilde net weer rechtsomkeert maken toen hij zijn moeder tegen het malle mens hoorde zeggen dat ze zo graag een mooi kastje wilde om de keukenspullen in op te bergen.
De jongen fronste. Over een week was zijn moeder jarig, zou het niet mooi zijn om voor haar een kastje te maken? Hij kreeg een grote glimlach op zijn gezicht, zeker toen hij zich herinnerde dat er in hun kleine schuurtje nog gereedschap van zijn vader en een hoop oude planken lagen. Genoeg voor een flinke kast!

De jongen ging aan het werk. Voor dag en dauw, haangekraai en krantenjongen stond hij op en sloop stilletjes naar de schuur. Daar werkte hij aan wat het mooiste kastje ter wereld moest worden.

Precies op de ochtend van zijn moeders verjaardag was het af. Maar het resultaat viel hem verschrikkelijk tegen, tijdens al het harde werken was hij van alles uit het oog verloren en ook het overzicht was hem ergens onderweg ontglipt. Bovendien leken de twee linkerhanden van vader op zoon te zijn overgegaan. Het kastje was scheef en wat wel recht was geweest was van ellende ook scheef gaan hangen. De kleur klopte niet, de deurtjes waren te klein en steeds zag hij weer iets dat anders en beter had gemoeten.
De jongen was erg teleurgesteld in zichzelf en begon zacht te huilen.
Toen voelde hij een hand op zijn schouder en hij hoorde de stem van zijn moeder. “Wat is er aan de hand mijn kleine man? Waarom heb je zo’n verdriet?”
De jongen vertelde aan zijn moeder dat hij het kastje voor haar had willen maken dat ze zo graag wilde hebben, maar dat het helemaal mislukt was.
Zijn moeder streek met haar hand over zijn natte wangen. Ze keek hem aan met glinsterende ogen.
“Mijn allerliefste prins, grootste schat in mijn leven. Weet je dan niet wat je hebt gemaakt?”
De jongen keek verbaasd. Hij wist wat hij had gemaakt, een drol van iets wat compleet was mislukt.
“Ik vind het fantastisch” zei zijn moeder “Kom maar eens mee.”

In de keuken aangekomen bleek het kastje op de scheve plank helemaal tot zijn recht te komen.
De vrouw pakte hun mokken en zette deze in het kastje. Ze pasten er met z’n tweeën precies in.
“Er iets heel bijzonders met dit kastje, dit is namelijk het kletskastje. Vanaf nu drinken we elke ochtend samen een kop thee en vertellen aan elkaar wat we wensen van de dag die voor ons ligt; de wonderlijke en spannende dingen we hopen mee te maken. En aan het eind van de dag, wanneer we hier weer zitten, dan vertellen we elkaar over alle bijzondere dingen die we hebben meegemaakt. Daarmee brengt dit kastje de magie terug in ons leven en ik kan me geen mooier geschenk voorstellen.”

De jongen bekeek zijn werk nog eens goed. Het was eigenlijk helemaal zo slecht nog niet! Ondertussen schonk zijn moeder de thee in en zo begon hun nieuwe dagelijkse ritueel.

En toeval of niet, in de daaropvolgende jaren gebeurden er de mooiste en meest wonderbaarlijke dingen.